De cardioloog houdt zich bezig met ziekten van het hart en de bloedvaten.
Er zijn ischemische hartziekten en andere hart- en vaatziekten. Bij ischemische ziekten is de bloedtoevoer naar het hart niet goed (ischemie betekent letterlijk verminderde bloedtoevoer). Door ischemie van het hart kunt u angina pectoris (hartkramp) of een hartinfarct krijgen, waarbij een stukje van de hartspier afsterft. Bij een verminderde bloedtoevoer naar de hersenen kan een beroerte ontstaan.
Andere hart- en vaatziekten zijn onder meer hartritmestoornissen, reumatische hartziekten, aangeboren hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk komt het meest voor.
Wat doet een cardioloog?
Om bij hart- en vaatziekten een diagnose te stellen, zal de arts eerst uw ziektegeschiedenis nagaan (anamnese) en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hij vraagt naar de verschijnselen waar u last van hebt en naar uw leefgewoonten. Ook wordt nagegaan of er eventuele hart- en vaatziekten in uw familie voorkomen en of u last hebt van andere aandoeningen die mogelijk invloed hebben op hart en vaten.